Hoe effectief is een fietshelm in het voorkomen van (dodelijk) hoofdletsel bij fietsers?

Antwoord

Door een fietshelm neemt het risico op ernstig hoofd-/hersenletsel[i] na een botsing of val met gemiddeld 60% af en het risico op dodelijk hoofd-/hersenletsel met gemiddeld 71%. Dit zijn de zogenoemde ‘beste schattingen’, dat wil zeggen dat met 95% zekerheid is vastgesteld dat de risicoreductie voor ernstig hoofd-/hersenletsel tussen de 54 en 65% is en de risicoreductie voor dodelijk hoofd-/hersenletsel tussen de 44 en 85% bedraagt. Dit blijkt uit de meest recente meta-analyse van Høye [28]. In die analyse zijn de letsels van fietsslachtoffers met en zonder fietshelm vergeleken door de resultaten samen te voegen van 55 merendeels case-controlstudies uit verschillende landen die voldeden aan strenge wetenschappelijke eisen. Deze meta-analyse is een vervolg op een eerdere meta-analyse van Olivier & Creighton [29] die vergelijkbare effecten vonden: 69% reductie van het risico op ernstig hoofd-/hersenletsel (met 95% zekerheid tussen de 63 en 75%) en 65% reductie van het risico op dodelijk hoofd-/hersenletsel (met 95% zekerheid tussen de 12 en 86%). Beide studies laten zien dat het beschermende effect van fietshelmen over het geheel genomen hetzelfde is voor kinderen als voor volwassenen [28] [29].

De meeste studies uit de genoemde meta-analyses zijn uitgevoerd in de Verenigde Staten, Canada en Australië, een enkele in Azië en Europa; geen van de studies in Nederland. De verkeersinfrastructuur en –samenstelling en het type fietsgebruik zijn daar vaak anders dan in Nederland. Het is mogelijk dat Nederlandse fietsongevallen anders van aard zijn en daardoor ook het beschermende effect van fietshelmen. Er is op voorhand echter geen aanwijzing voor een groter of juist kleiner effect in Nederland.

De genoemde effectiviteit van een fietshelm is gebaseerd op case-controlonderzoek. Dat is de meest gangbare manier om de effectiviteit van fietshelmen te onderzoeken (zie hieronder voor meer informatie). Daarnaast is er ook biomechanisch onderzoek, onderzoek met computersimulaties en tijdreeksanalyses, (eveneens hieronder verder toegelicht). Over het algemeen vinden deze onderzoeken een aanzienlijk effect op het terugdringen van hoofd/ en hersenletsel als gevolg van een (onge)val, alleen bij de tijdreeksanalyses is het effect kleiner.

Case-controlonderzoek

Bij case-controlonderzoek wordt de effectiviteit van een fietshelm vastgesteld door fietsers die bij een ongeval betrokken waren en daarbij hoofd- of hersenletsel (case) hebben opgelopen, te vergelijken met gewonde fietsers zonder hoofd- of hersenletsel (control). Het grote voordeel van case-controlonderzoek is dat het om werkelijke, in de praktijk voorkomende ongevallen gaat. Case-controlonderzoek naar de effectiviteit van een fietshelm wordt uitgevoerd als er geen gegevens zijn over de (verschillen in) het aantal fietskilometers door helmdragers en niet-helmdragers (expositie). Dat is meestal het geval als we fietsers met en zonder helm vergelijken. Deze methode is echter ook bekritiseerd, omdat het zou kunnen leiden tot een overschatting van de effectiviteit van fietshelmen [30], maar anderen vonden hiervoor juist weer geen aanwijzing (bijvoorbeeld [31]). Over het algemeen wordt een goed opgezet case-controlonderzoek gezien als een betrouwbare indicatie van het effect van helmen. Een zuivere experimentele opzet, bijvoorbeeld een gerandomiseerd controle onderzoek waarbij de onderzoeker willekeurig aanwijst wie wel en geen helm moet dragen, is om ethische redenen niet wenselijk. Daarom zijn case-controlonderzoeken in dit onderzoeksgebied de norm [29].

Biomechanisch onderzoek

Bij biomechanisch onderzoek worden fietshelmen in het laboratorium getest op hun schokdempende werking. Een dummy-hoofd valt hierbij met en zonder helm naar beneden. Bij een val van 1,5 meter is geschat dat een fietshelm het risico op ernstig hersenletsel verlaagt van bijna 100% tot circa 10%; bij een val van 2 meter tot circa 30% [32]. Bij deze testen zijn helmen gebruikt die voldeden aan de wettelijke eisen in de Verenigde Staten. De wettelijke vereisten voor het testen van fietshelmen verschillen per continent (zie voor een overzicht van helmstandaarden: [33]).

Computersimulaties

Bij onderzoek via computersimulaties worden zowel de fysieke krachten die inwerken op het hoofd, als het mogelijke beschermende effect van een helm, gesimuleerd in een model. Op basis van simulaties van drie typen enkelvoudige fietsongevallen concluderen onderzoekers dat het dragen van een fietshelm het risico op een hersenschudding met meer dan 50% kan verminderen en het risico op een schedelbreuk met meer dan 90% [34]. Ook computersimulaties met fiets-auto-ongevallen laten zien dat een fietshelm de ernst van het hersenletsel kan verminderen [35]. Uit dit soort simulatieonderzoek blijkt verder dat niet (alleen) de impactsnelheid, maar ook de impactlocatie op het hoofd een bepalende factor is voor de mate waarin een fietshelm bescherming biedt [1] [35].

Tijdreeksanalyses

Met een (onderbroken) tijdreeksanalyse kan aan de hand van aantallen slachtoffers voor en na een interventie (bijvoorbeeld helmplicht) de effectiviteit van die interventie worden bepaald. Verschillende studies hebben volgens deze methode de effectiviteit van een fietshelm, of dus eigenlijk van een fietshelmplicht, onderzocht [36] [37] [38]. Deze studies hebben voorafgaand aan, en op een serie vaste momenten na de interventie gekeken naar het aandeel fietsslachtoffers met hoofd- of hersenletsel. Over het algemeen vinden dit type studies een lagere effectiviteit dan de meer experimenteel opgezette studies. Een nadeel van dit soort onderzoek is dat het over een lange tijd (enkele jaren) gaat en dat in deze periode ook andere factoren (zoals andere verkeersveiligheidsmaatregelen, fietsgebruik) effect kunnen hebben gehad op de prevalentie van hoofd- en hersenletsel. Deze studieopzet wordt verder bemoeilijkt doordat in een ziekenhuis lang niet altijd wordt geregistreerd of de fietser een helm droeg tijdens het ongeval.


[i] Bij ernstig hersenletsel is er sprake van een hersenkneuzing waarbij men voor langere duur het bewustzijn verliest en er neurologische stoornissen optreden [27].