Hoe groot is het effect van snelheid op de verkeersveiligheid?

Antwoord

In het algemeen geldt dat, bij gelijkblijvende omstandigheden, een snelheidsverhoging gepaard gaat met meer ongevallen en slachtoffers; een snelheidsverlaging met minder ongevallen en slachtoffers. Een snelheidsverlaging of -verhoging heeft het grootste effect op het aantal verkeersdoden. Op het aantal ernstig verkeersgewonden is het effect van eenzelfde verandering iets geringer, en op het aantal lichtgewonden nog iets minder.

Bij benadering en gemiddeld genomen geldt dat als de gemiddelde snelheid op een weg met 10% stijgt of daalt, het aantal lichte letselongevallen met 20% stijgt of daalt, het aantal ernstig letselongevallen met 30% en het aantal dodelijke ongevallen met 40%. Dit is een theoretisch gemiddelde, gebaseerd op kinetische wetten [1]. In formulevorm ziet dat er als volgt uit:

In woorden: de verhouding tussen het aantal ongevallen voor en na een snelheidsverandering is gelijk aan de verhouding tussen de gemiddelde snelheid voor en na die verandering tot de macht x. Voor letselongevallen gaat het om de macht 2, voor ernstige letselongevallen om de macht 3 en voor dodelijke ongevallen om de macht 4.

Op basis van gegevens van een groot aantal empirische studies naar het effect van snelheidsveranderingen op ongevallen en gebaseerd op een Power-model, zijn de exponenten geschat voor verschillende wegtypen [3]. Dit resulteert in een ‘beste schatting’ van de exponent. Zoals te zien in Tabel 1, is voor het aantal verkeersdoden de beste schatting van de exponent 4,6. Om te weten waartussen het effect zich met 95% zekerheid bevindt, passen we de genoemde formule twee keer toe, namelijk met de exponenten die in de tabel tussen haakjes staan in de kolom 95% betrouwbaarheidsinterval – in dit voorbeeld dus 4,0 en 5,2.

Ongevals-/letselernst

Wegen buiten de bebouwde kom

Wegen binnen de bebouwde kom

Beste schatting

Interval 95% betrouwbaarheid 

Beste schatting

Interval 95% betrouwbaarheid

Verkeersdoden

4,6

(4,0 - 5,2)

3,0

(-0,5 - 6,5)

Dodelijke ongevallen

4,1

(2,9 - 5,3)

2,6

(0,3 - 4,9)

Ernstig gewonden

3,5

(0,5 - 5,5)

2,0

(0,8 - 3,2)

Ongevallen met ernstig letsel 

2,6

(-2,7 - 7,9)

1,5

(0,9 - 2,1)

Lichtgewonden

1,4

(0,5 - 2,3)

1,1

(0,9 - 1,3)

Ongevallen met licht letsel

1,1

(0,0 - 2,2)

1,0

(0,6 - 1,4)

Tabel 1. De exponenten in de formules voor de relatie tussen snelheid en ongevallen/slachtoffers met verschillende letselernst [3].
 

Een her-analyse van de gegevens [4] [13] laat zien dat de precieze samenhang tussen snelheid en ongevalskans afhangt van de aanvangssnelheid en dus beter beschreven kan worden met een exponentieel model dan met een Power-model. Een daling van de gemiddelde snelheid van 10% heeft bijvoorbeeld een kleiner effect wanneer het gaat om een daling van 50 naar 45 km/uur, dan wanneer het gaat om een daling van 100 naar 90 km/uur. Een snelheidsdaling in absolute zin, bijvoorbeeld van 10 km/uur, leidt wel tot en vergelijkbare afname van het aantal ongevallen, onafhankelijk van de aanvangssnelheid [14].

Er zijn geen aanwijzingen dat het verband tussen snelheid en verkeersveiligheid minder sterk is met nieuwere auto’s - die meer systemen hebben om ongevallen te vermijden en een betere bescherming bieden aan inzittenden [15].