Brom- en snorfietsers lopen een relatief groot risico om slachtoffer te worden van een ongeval. Weliswaar is er een trend naar minder doden waar te nemen, maar het risico om in het verkeer om te komen of ernstig gewond te raken blijft erg groot vergeleken met andere vervoerswijzen. Bromfietsers zijn verplicht een helm te dragen, maar snorfietsers niet. In de laatste jaren zien we een sterke toename van het aantal snorfietsen (vooral het scootermodel wordt veel verkocht), terwijl het aantal bromfietsen licht afneemt.

Een fietshelm is bedoeld om een fietser die betrokken is bij een ongeval, te beschermen tegen hoofd- en hersenletsel. Een fietshelm is niet bedoeld om fietsongevallen te voorkomen (zie voor algemene fietsveiligheidsmaatregelen de SWOV-factsheet Fietsers). Uit buitenlands onderzoek blijkt dat bij een ongeval fietsers met helm ongeveer 60% minder kans hebben op ernstig, en ongeveer 70% minder kans op dodelijk hoofd-/hersenletsel, dan fietsers zonder helm.

Rijden onder invloed van drugs of rijgevaarlijke geneesmiddelen vermindert de rijgeschiktheid[i] en verhoogt de ongevalskans. Drugs hebben een verdovende, stimulerende of bewustzijnsveranderende werking op de hersenen, of een combinatie van deze effecten, waardoor de verkeerstaak minder goed kan worden uitgevoerd. Voor drugsgebruik in het verkeer moeten we ons (helaas) baseren op ouder onderzoek uit 2011.

Een voetgangersongeval is alleen een verkeersongeval als er een rijdend voertuig bij betrokken is. Tussen 2010 en 2019 zijn er per jaar gemiddeld 59 voetgangers overleden als gevolg van een verkeersongeval. Het aantal voetgangersdoden is in de periode 1999-2019 met 62% gedaald. Het ongevalsrisico van voetgangers en fietsers is ongeveer even hoog, dat van snor-/bromfietsers is een factor 3 à 4 hoger en dat van inzittenden van personen-/bestelauto’s is een factor 7 à 8 lager.

De afgelopen tien jaar (2006-2015) zijn er in Nederland gemiddeld 11 verkeersdoden per jaar geregisteerd bij ongevallen met landbouwvoertuigen. Ten opzichte van begin jaren negentig is het gemiddeld aantal verkeersdoden als gevolg van een ongeval met een landbouwvoertuig gestegen van 1% naar 2% van het totale aantal verkeersdoden in Nederland. Onder landbouwvoertuigen vallen zowel land- en bosbouwtrekkers (tractoren) als zelfrijdend werkmaterieel dat wordt gebruikt voor de landbouw, de bouw, de grond-, weg- en waterbouw en het groenonderhoud.

Ouderen hebben een verhoogd overlijdensrisico in het verkeer. De belangrijkste oorzaak van het hoge overlijdensrisico van 75-plussers is hun grotere fysieke kwetsbaarheid. Daarnaast kunnen functie­stoornissen ertoe leiden dat ouderen vaker betrokken zijn bij bepaalde typen ongevallen. Het ongevalstype dat karakteristiek is voor oudere automobilisten is een ongeval bij het links afslaan op een kruispunt.

In 2015 vielen naar schatting 12%-23% van de verkeersdoden in Nederland als gevolg van alcohol in het verkeer. Dit kwam toen neer op een aantal van 75 tot 140 verkeersdoden. Tijdens de recentste metingen, in 2019, reed 2,3% van de automobilisten tijdens weekendnachten onder invloed van alcohol, wat een forse stijging ten opzichte van de meting daarvoor, in 2017, inhoudt.

In de periode 2009-2018 vielen er gemiddeld per jaar 80 verkeersdoden door een ongeval waarbij een vrachtauto betrokken was en 67 verkeersdoden door een ongeval waarbij een bestelauto betrokken was. Er vallen meer slachtoffers onder de tegenpartij dan onder de inzittenden van de vracht- of bestelauto’s. Het overlijdensrisico voor de tegenpartij is hoger als hij tegen een vrachtauto of bestelauto botst, dan als hij tegen een personenauto botst. Het risico van de inzittende is daarentegen lager in een vrachtauto of bestelauto dan in een personenauto.

De adolescentie is de periode tussen kindertijd en volwassenheid. Vergeleken met oudere adolescenten (18-24 jaar) gedragen jonge adolescenten (pubers van 10-17 jaar) zich riskanter. Door hun lichamelijke en geestelijke ontwikkeling zijn pubers meer aangetrokken tot gevaarlijke uit­dagingen, gevoeliger voor groepsdruk, en hebben ze minder zelfcontrole en overzicht dan de oudere adolescenten. Ook in het verkeer is dit terug te zien.

In 2016 overleden er in Nederland 189 fietsers in het verkeer. Dit is ongeveer 30% van het totaal aantal verkeersdoden. Het aantal ernstig gewonde fietsers is niet precies bekend. Naar schatting ging het in 2015 om ruim 60% van het totaal aantal ernstig verkeersgewonden, wat zou overeenkomen met ruim 13 duizend. Een groot deel van de ernstig gewonde fietsers is het gevolg van een enkelvoudige fietsongeval, dat wil zeggen een ongeval waarbij geen andere weggebruiker direct is betrokken.