Waarop wordt getoetst in het rijexamen B?

Antwoord

Wat er getoetst moet worden op het rijexamen B staat omschreven in twee wettelijke regelingen: de regeling eisen theorie-examen rijbewijscategorie B en de regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën B en E bij B. Deze twee regelingen zijn gebaseerd op de derde rijbewijsrichtlijn van de Europese Unie. De rijexamens worden in Nederland afgenomen door het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).

Theorie-examen

Bij het theorie-examen wordt getoetst op kennis van:

  • de verkeersregels
  • zaken die de rijvaardigheid negatief beïnvloeden (bijvoorbeeld alcohol en vermoeidheid)
  • veilige volgafstanden, remweg en snelheid
  • het gedrag van andere verkeersdeelnemers en in het bijzonder dat van kwetsbare verkeersdeelnemers (voetgangers en fietsers)
  • het rijbewijs zelf (bijvoorbeeld over de geldigheidsduur) en andere documenten (bijvoorbeeld de verzekering)
  • het gebruik van beschermingsmiddelen (bijvoorbeeld gordels en kinderzitjes)
  • enkele technische aspecten zoals de bandenspanning
  • milieuvriendelijk rijden (bijvoorbeeld de principes van Het Nieuwe Rijden)
  • gevaarherkenning

Gevaarherkenningsvragen zijn sinds 2009 onderdeel van het theorie-examen (zie ook de vraag Wat is het nut van gevaarherkenning als onderdeel van de rijopleiding en het rijexamen?). De kandidaat moet bij foto’s die zijn genomen vanuit het perspectief van de automobilist aangeven of hij in die situatie zou remmen, gas zou loslaten, of de snelheid niet zou wijzigen. De huidige snelheid staat onderin de foto weergegeven. Het CBR werkt al enkele jaren aan een gevaarherkenningstest met bewegende beelden die deze fototest moet vervangen. In het theorie-examen zijn ook meer inzichtvragen gekomen. Dit zijn geen vragen in de vorm van ‘De auto op de afbeelding wil hier linksaf slaan. Mag dat?’, maar vragen over risico’s bij bijvoorbeeld bepaalde weersomstandigheden.

Praktijkexamen

Tijdens het praktijkexamen maakt de kandidaat een rit van ongeveer 35 minuten in de aanwezigheid van een examinator. Voor vertrek wordt getoetst op het controleren van het voertuig en het instellen van de bestuurderspositie (bijvoorbeeld het juist afstellen van de spiegels). Tijdens verkeersdeelname wordt de voertuigbeheersing beoordeeld, het toepassen van de verkeersregels in concrete verkeerssituaties en hoe bijzondere manoeuvres, zoals inparkeren of een bocht achterruit rijden, worden uitgevoerd. Ongeveer 10 minuten van het rijexamen volgt men de instructies van een navigatiesysteem. In de Rijprocedure staat hoe de kandidaat tijdens het praktijkexamen handelingen voor vertrek, tijdens het rijden en bij het weer verlaten van het voertuig moet uitvoeren.

Het is mogelijk om het examen te oefenen met een tussentijdse toets. Dit proefexamen duurt even lang als een rijexamen en bevat dezelfde onderdelen. Zo kunnen kandidaten alvast wennen aan de examensituatie en tips krijgen van een CBR-examinator. Als de bijzondere verrichtingen goed worden uitgevoerd tijdens de tussentijdse toets, krijgt men hiervoor een vrijstelling op het definitieve examen.