Monetary valuation of the prevention of road fatalities and serious road injuries

Results of the VALOR project
Auteur(s)
Schoeters, A.; Large, M.; Koning, M.; Carnis, L.; Daniels, S.; Mignot, D.; Urmeew, R.; Wijnen, W.; Bijleveld, F.; Horst, M. van der
Jaar

Scope en onderzoeksvraag

Het VALOR-project is een onderzoeksinitiatief waarbij wetenschappers uit vier Europese landen (België, Frankrijk, Duitsland en Nederland) hebben samengewerkt om met een gemeenschappelijke methodologie de VSL (Value of a Statistical Life), VSSI (Value of a Statistical Serious Injury) en VoT (Value of Time) te schatten. De onderzoeksvraag van de studie is: "Wat is de monetaire waardering van het voorkomen van verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden?"

De uitkomsten van VALOR hebben twee gebruiksdoeleinden. Ten eerste zijn de VSL en VSSI belangrijk voor de berekening van de sociaaleconomische kosten van verkeersongevallen. Informatie over deze kosten is van nut voor de voorbereiding van beleid. Zo kan informatie over de sociaaleconomische kosten van verkeersongevallen worden gebruikt bij de toewijzing van budgetten en helpt het investeringen in verkeersveiligheid te rechtvaardigen. Ook kunnen hiermee vergelijkingen worden gemaakt met de kosten van andere beleidsmaatregelen. Ten tweede worden de VSL en VSSI gebruikt in kostenbatenanalyses (KBA’s) van verkeersveiligheidsmaatregelen of infrastructuurprojecten met verkeersveiligheidseffecten.

Methodologie

Dit onderzoek is gebaseerd op een voorbereidende studie1 waarin verschillende methoden voor de monetaire waardering van non-market goods zijn geëvalueerd. Naar aanleiding van die studie is besloten om een stated preference-methode (in tegenstelling tot revealed preference) en een stated choice-studie (in tegenstelling tot een contingent valuation-studie) te gebruiken voor het schatten van de Willingness-To-Pay (WTP) voor het verminderen van het risico op dodelijke of ernstige letsels bij verkeersongevallen. De respondenten uit de deelnemende landen kregen hypothetische routekeuzes voorgelegd die verschillen in reiskosten, tijd en ongevallenrisico. De enquête is uitgevoerd tussen 22 oktober en 13 november 2020 en omvatte 8.003 respondenten. De steekproef is uitgevoerd onder 2.005 respondenten uit België, 2.000 uit Frankrijk, 2.000 uit Duitsland en 1.998 uit Nederland. De steekproef was representatief voor de volwassen bevolking naar leeftijd, geslacht en gewest.

Binnen de volledige steekproef werden 2.513 respondenten (33,2%) geïdentificeerd als zgn. lexicografische respondenten (zij kiezen voor een route altijd op basis van één kenmerk om de keuze te vereenvoudigen) en 445 respondenten die irrationele antwoorden gaven. Beide groepen werden uitgesloten van de hoofdanalyse.
VALOR gebruikt verschillende econometrische modellen (binomial logit en mixed logit) die elk verschillende resultaten opleverden. De convergentie van de verschillende resultaten geeft niettemin een indicatie van de robuustheid van de resultaten. Er is besloten het mixed logit-model met panel dimensie zónder interacties te gebruiken als referentiemodel.

Resultaten

De belangrijkste resultaten worden weergegeven in Tabel 1: de gemiddelde VSL is geschat op 6,2 miljoen euro, de VSSI op 950.000 euro en de VoT op 16,1 euro per uur. De VSL ligt tussen 5,3 en 7 miljoen euro en de VSSI tussen 0,8 en 1,1 miljoen euro. De verhouding van de waarden voor een dode en een ernstig gewonde wordt geschat op ongeveer 7 op 1.

Het experiment (protocol) bleek goed te zijn opgezet. De betrouwbaarheid van de resultaten kan worden bevestigd met name ten aanzien van hypothetical bias (omdat de keuzes gaan over hypothetische situaties) en lexicografisch gedrag. Bijvoorbeeld, wat de hypothetical bias betreft, heeft de uitsluiting van 1.900 respondenten die de enquête als niet realistisch beschouwden de schattingen niet significant gewijzigd (de toename van VSL, VSSI en VoT bedroeg niet meer dan 3%).

De studie brengt enkele verschillen tussen landen aan het licht. Frankrijk vertoont de laagste WTP en Duitsland de hoogste. Het verschil tussen de waarden van de landen is 38%. België en Nederland vertonen vrij vergelijkbare waarden.

Voor elk land zijn de nieuwe VALOR-schattingen aanzienlijk hoger dan eerdere officiële waarden. Een vergelijking tussen de nieuwe schattingen en de officiële waarden van de deelnemende landen is moeilijk omdat verschillende methodologieën zijn gebruikt. Eerder academisch onderzoek over de VSL op basis van WTP laat een grote spreiding in de schattingen zien. De schattingen van VALOR liggen aan de bovengrens van VSL-schattingen in eerder onderzoek.

Interpretatie: interacties, COVID-effect

De gebruikte modellen maakten verder onderzoek van mogelijk effecten van variabelen mogelijk. Er werden correlaties gevonden met de variabelen leeftijd, ouderschap, het hebben van een partner/familieleden, inkomen, risicobeoordeling, ervaring hebben met ongevallen en met het land.

Ten tweede is gekeken naar het effect van Covid-19. Er werd verondersteld dat de lockdown, de beperking van de mobiliteit, de preventiemaatregelen en de hoge aantal Covid-19-slachtoffers een invloed zouden hebben op de risicovoorkeuren van individuen en hun perceptie van verkeersveiligheid. Het effect van de pandemie op de schattingen bleek niet significant te zijn. Het aandeel van respondenten die een aanzienlijk effect liet zien was zeer klein.

Drie latente variabelen - zuinigheid, tijdsdruk en risicogedrag - werden geïntroduceerd om extra informatie te bekomen over het effect van individuele voorkeuren op de VSL en VSSI. Attitudes met betrekking tot risicogedrag blijken een belangrijke factor. De VSL- en VSSI -waarden van de groep risicomijdende bestuurders zijn bijna twee keer zo hoog als die van de groep die bereid is meer risico te nemen.

Scope and research question

The VALOR project is the first research initiative in which scientists from four European countries, namely Belgium, France, Germany and the Netherlands, have joined efforts in order to estimate VSL (Value of a Statistical Life), VSSI (Value of a Statistical Serious Injury) and VoT (Value of Time) by applying a common methodology. This study addresses the following research question: “What is the monetary valuation of the prevention of road fatalities and serious road injuries?”

The use of the VALOR outcomes is twofold. Firstly, the VSL and VSSI are an important input for calculating the socio-economic costs of road crashes. Information on these costs is regularly used in road policy-making. For instance, information on the socio-economic burden of road crashes can be used as an input for budget allocation and helps to justify road safety investments. Also, comparisons can be made with the costs of other policy measures. Secondly, the VSL and VSSI are needed for cost-benefit analysis (CBA) of road safety measures or broader infrastructure projects with road safety impacts.

Methodology

This research is based on a preparatory study (Wijnen, et al., 2019) which assessed different methods for the monetary valuation of ”non-market goods”. As a result, it was decided to use a stated preference method (as opposed to revealed preference) and, more precisely, a stated choice study (as opposed to a contingent valuation study) for estimating the Willingness-To-Pay (WTP) for reducing the risk of fatal and serious injuries in road accidents. Respondents from each participating country were confronted with hypothetical route choices that differ in respect of travel costs, time, and crash risk. The survey was conducted between 22 October and 13 November 2020 and included 8,003 respondents. It comprised 2,005 Belgian respondents, 2,000 French, 2,000 from Germany and 1,998 from the Netherlands. The sample was composed of 3,928 males (49.1%) and 4,075 females (50.9%).

Within the full sample, 2,513 respondents (33.2%) were identified as lexicographic (always choosing the alternative with the best score on a particular attribute, to avoid complexity) and 445 respondents who answered irrational. Both groups were excluded from the main analysis.

VALOR deployed different econometric models (mixed and binomial logit) and correspondingly produced several sets of values, the convergence of which shows the robustness of its results. However, a trade-off between reliability and performance had to be made in order to determine which model to choose. It was decided to use as a reference model the mixed logit with the panel dimension and without interactions.

Results

The main results are as follows: the average VSL was estimated at 6.2 Mill EUR, the VSSI at 950,000 EUR, and the VoT at 16.1 EUR/h. The VSL lies in the range between 5.3 and 7 Mill EUR and the VSSI between 0.8 and 1.1 Mill EUR. Accordingly, the ratio of values between fatalities and injuries is estimated at around 7 to 1.

The experimental protocol appeared to be properly designed, and the reliability of results can be confirmed, particularly as a result of observations made while addressing hypothetical bias and lexicographic behaviour. For instance, with regard to hypothetical bias, the exclusion of 1,900 respondents who did not consider the survey design as realistic did not significantly modify the final estimates (the increases in VSL, VSSI and VoT did not exceed 3%).

The study revealed some differences between countries. France shows the lowest WTP, while Germany has the highest. The difference between values of these two countries was 38%. Belgium and the Netherlands show quite similar values.

For each country the new estimates of VALOR are considerably higher than earlier official values. Comparing the new estimates of this study with official values of the participating countries is difficult, because of different methodologies used. Earlier academic studies on VSL using WTP show a broad dispersion in estimates. The estimates from VALOR is at the higher end of range of VSL estimates in earlier research.

Interpretation: interactions, COVID effect

The models used in this study permit closer examination of the impact of variables. Correlations with variables such as age, parenthood, having a partner/relatives, income, risk assessment, experience of having accidents, and with participating countries were found.

Secondly, the Covid-19 impact has been taken into account. It was assumed that the lockdown, the reduction of mobility, the prevention measures, as well as high numbers of Covid-19 victims, could affect the preferences of individuals regarding risk and their perception of road safety. However, the impact of the pandemic on the estimated values was found not to be significant since the fraction of respondents showing a sizeable effect is very small.
Three latent variables - “thriftiness”, “time pressure” and “risky behaviour” - were introduced in order to gain additional information about the impact of individual preferences on VSL and VSSI. It appeared that attitude to risk is an important factor. VSL and VSSI values revealed in the group of risk-avoiding drivers are almost two times higher than those of the group of risk-takers.

Rapportnummer
2021-R-20-EN
Pagina's
125
Gepubliceerd door
VIAS institute, Brussels

SWOV-publicatie

Dit is een publicatie van SWOV, of waar SWOV een bijdrage aan heeft geleverd.

- Zoek naar meer SWOV-publicaties?
- Verder zoeken in onze overige publicaties