The value of a statistical life in road safety; Stated preference methodologies and empirical estimates for the Netherlands

Proefschrift Vrije Universiteit VU, Amsterdam
Auteur(s)
Blaeij, A.T. de
Jaar

Om een efficiënt veiligheidsbeleid ten aanzien van verkeer en vervoer te kunnen formuleren en om optimale heffingen voor het internaliseren van externe ongevalskosten te kunnen bepalen, is het van belang om inzicht te hebben in de monetaire waarde van verkeersveiligheid. Als de waarde van veiligheid op een geaccepteerde manier kan worden bepaald, is het mogelijk de kosten van een maatregel op het gebied van verkeersveiligheid op objectieve en transparante manier af te wegen tegen de opbrengsten van deze maatregel.

In Nederland heeft er tot nu toe nagenoeg geen waardering naar ongevalsrisico's plaatsgevonden. De waarde wordt veelal gebaseerd op de op theoretische gronden discutabele productiviteitsmethode of op buitenlandse cijfers. Om de waardering van veiligheid te standaardiseren is het concept 'waarde van een statistisch mensenleven ' (Value Of Statistical Life: VOSL) geïntroduceerd. De VOSL is de waarde van een statistisch mensenleven, en dus niet de waarde voor een specifiek individu. Een afname van een risiconiveau betekent dat er statistische levens worden bespaard. SteI dat mensen bereid zijn 60 euro te betalen voor een risicoreductie van 7 per 100.000 naar 4 per 100,000, dan zijn 100.000 mensen samen bereid om (100.000 * 60 =) 6 miljoen euro te betalen voor een verwachte daling van 7 naar 4 slachtoffers. De VOSL is dan (6 miljoen / 3 statistisch gespaarde levens =) 2 miljoen euro per statistisch slachtoffer. De economische waarde van deze afname is de 'marginale substitutiewaarde' (marginal rate of substitution: MRS) tussen geld en risico op een dodelijk verkeersongeval. De VOSL wordt bepaald als het gemiddelde van de individuele MRS in een representatieve steekproef.

Dit proefschrift presenteert een onderzoek naar de waarde van de VOSL in de context van verkeersveiligheid voor Nederland. Het onderzoek concentreert zich op drie onderzoeksvragen. Een eerste vraag betreft de geschiktheid van verschillende mogelijke waarderingsmethoden voor verkeersveiligheidswaardering. De hierbij behorende deelvragen betreffen de voor- en nadelen van de beschikbare methodes (hoofdstuk 2) en de vraag hoe de hoogte van VOSL-schattingen beïnvloed worden door verschillende factoren, waaronder de onderzoeksopzet (hoofdstuk 3).

Een tweede onderzoeksvraag is, óf en hoe respondenten in staat zijn een rationele afweging te maken tussen keuzemogelijkheden die relatief kleine risiconiveaus en relatief hoge kosten kennen. De hierbij behorende deelvragen zijn, hoe respondenten de kans op een verkeersongeluk inschatten (hoofdstuk 4) en hoe respondenten kleine kansen begrijpen en interpreteren (hoofdstuk 5).

De derde onderzoeksvraag betreft het maken van feitelijke VOSL-schattingen voor Nederland, als we de resultaten uit eerdere hoofdstukken toepassen in een empirische context (hoofdstuk 6 en 7).

Publicatie aanvragen

5 + 3 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.
Pagina's
VII + 190
Serie
Tinbergen Institute Research Series No. 308
ISBN
90-5170-689-8
Gepubliceerd door
Vrije Universiteit / Thela Thesis, Amsterdam

SWOV-publicatie

Dit is een publicatie van SWOV, of waar SWOV een bijdrage aan heeft geleverd.