Wegwijzer: verkeersveiligheidscijfers

Waar vind ik de werkelijke aantallen verkeersslachtoffers?

In onderstaande grafiek vindt u de ontwikkeling in de werkelijke aantallen verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden.

Afbeelding 1. Werkelijke aantallen verkeerslachtoffers

Meer lezen?

Lees meer in de Factsheet Verkeersdoden en de Factsheet Ernstig Verkeersgewonden.

Meer werkelijke aantallen en verschillende uitsplitsingen vindt u hieronder via 'Cijfers'.

N.B. Vanwege de statistiekwet en privacy-redenen kunnen voor verkeersdoden geen tabellen gemaakt worden met alle kenmerken tegelijk, maar moet per kenmerk een andere tabel geraadpleegd worden. Daarnaast is sinds eind 2009 het aantal geregistreerde ongevallen sterk afgenomen waardoor voor deze jaren de uitsplitsing naar kenmerk niet gemaakt wordt voor de ernstig verkeersgewonden.

Wat is het verschil tussen werkelijke en geregistreerde aantallen?

In de aantallen verkeersslachtoffers maken we onderscheid tussen werkelijke aantallen en geregistreerde aantallen verkeersslachtoffers. 

De werkelijke omvang van het aantal ernstig verkeersgewonden is niet precies bekend, omdat niet alle verkeersslachtoffers geregistreerd worden door de politie, ziekenhuizen of andere instanties. De werkelijke aantallen in onze tabellen zijn bepaald door de wel geregistreerde aantallen uit twee bronnen te vergelijken en daaruit volgens een vast procedé de werkelijke omvang te schatten.

Het werkelijk aantal verkeersdoden is wel volledig gebaseerd op registraties.

Meer lezen?

Meer over het vaststellen van het aantal verkeersdoden en het aantal ernstig verkeersgewonden vindt u in het rapport Gegevensbronnen; Uitgebreid overzicht.

Hoe wordt het werkelijk aantal ernstig verkeersgewonden bepaald?

Om het werkelijk aantal ernstig verkeersgewonden (EVG) te bepalen wordt de politieregistratie (BRON) gecombineerd met de medische registratie (LBZ).

Wanneer is iemand ernstig verkeersgewond?

Ernstig verkeersgewonden zijn personen die als gevolg van een verkeersongeval in Nederland ernstig gewond zijn geraakt. Deze gewonden worden voor een deel beschreven in de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ - voorheen Landelijke Medische Registratie; LMR) die wordt bijgehouden door Dutch Hospital Data in opdracht van de ziekenhuizen. Met 'ernstig gewond' wordt bedoeld dat zij opgenomen en behandeld zijn in een (Nederlands) ziekenhuis en ten minste een letsel met AIS-waarde van 2 of hoger hebben. AIS staat voor Abbreviated Injury Scale. De waarde dat een letsel op deze schaal heeft, geeft de ernst van het letsel aan. De waarde van de Maximum AIS (MAIS) geeft het ernstigste letsel bij een slachtoffer aan.

Door koppeling met BRON en correctie voor ontbrekende verkeersslachtoffers wordt het werkelijk aantal ernstig verkeersgewonden vastgesteld.

Wat zijn de verschillen met de periode vóór 2010?

Voorheen werden slachtoffers die opgenomen werden in het ziekenhuis als ernstig gewond beschouwd. Of iemand in het ziekenhuis opgenomen was, werd afgeleid uit het registratieformulier van de politie. Uit vergelijking van de politieregistratie (BRON) met de Landelijke Medische Registratie (LMR) is gebleken dat

  • in het ziekenhuis opgenomen verkeersslachtoffers niet noodzakelijk (ernstig) gewond zijn. Het komt voor dat ze slechts ter observatie worden opgenomen.
  • de informatie op het politieformulier niet altijd juist is. Veel verkeersslachtoffers die volgens BRON in het ziekenhuis zijn opgenomen, blijken in de LMR onvindbaar. Onderzoek heeft uitgewezen dat deze slachtoffers na behandeling op de afdeling Spoedeisende Hulp weer naar huis konden. Aan de andere kant zijn er ook slachtoffers die volgende de politie licht gewond zijn geraakt, die toch in het ziekenhuis opgenomen blijken te zijn met ernstig letsel.

Deze constatering heeft in 2010 geleid tot een nieuwe definitie van ernstig gewonden: de 'ernstig verkeersgewonden'. Sinds dat jaar wordt deze definitie gebruikt door het ministerie van Infrastructuur en Milieu voor monitoring en verkeersveiligheidsbeleid.

Meer lezen? 

Meer over het bepalen van het aantal ernstig verkeersgewonden vindt u in het rapport Gegevensbronnen; Uitgebreid overzicht.

Welke informatie vind ik in de politieregistratie van ongevallen (BRON)?

BRON bevat de door de politie geregistreerde ongevallen en biedt belangrijke informatie voor verkeersveiligheidsanalyses. Aard en omvang van de verkeersveiligheidsproblematiek worden vaak eerst op basis van dit bestand vastgesteld.

Let op:

  • Vanaf eind 2009 is het aantal geregistreerde ongevallen sterk afgenomen wegens wijzigingen bij de politie. Sinds 2013 neemt het aantal registraties weer toe door het in BRON opnemen van ongevallen die met een kenmerkenmelding+ zijn geregistreerd. De fluctuaties in de aantallen sinds 2009 duiden dus niet per se op een verandering in de verkeersonveiligheid.

Meer lezen?

Meer informatie over BRON en de registratiegraad van de Verkeersongevallenregistratie vindt u in het rapport Gegevensbronnen: Een uitgebreid overzicht.

Welke soorten verkeersongevallen onderscheiden we?

In de statistieken wordt onderscheid gemaakt naar verschillende soorten verkeersongevallen.

Verkeersongeval

Een gebeurtenis op de openbare weg, die verband houdt met verkeer en waardoor er schade ontstaat aan objecten of letsel bij personen en waarbij ten minste een rijdend voertuig betrokken is.

Eenzijdig verkeersongeval

Verkeersongeval waarbij geen andere verkeersdeelnemers of objecten betrokken zijn. Dit betreft ongevallen waarbij het voertuig van de weg of raakt over de kop slaat. Ook betreft het fietsers die vallen.

Enkelvoudig verkeersongeval

Verkeersongeval waarbij geen andere verkeersdeelnemers betrokken zijn. Dit betreft zowel eenzijdige verkeersongevallen als ongevallen met een los of vast obstakel of een dier.

Letselongeval

Verkeersongeval waarin een of meer personen letsel hebben opgelopen.

 

Hoe wordt het risico bepaald?

Risico is het begrip waarmee de mate van veiligheid op de weg wordt uitgedrukt. 

Risico: veiligheid vergelijken

Om het aantal ongevallen van verschillende groepen, zoals landen, vervoerswijzen of wegtypen onderling te kunnen vergelijken, kunnen we het aantal slachtoffers relateren aan de mobiliteit. Daarbij wordt het risico bepaald: het aantal slachtoffers per afgelegde afstand (bijvoorbeeld het aantal reizigerskm). Bij het risico wordt dus behalve met het aantal slachtoffers (in een bepaalde groep) ook rekening gehouden met de afgelegde afstand (door die groep). 

Risico op ...?

Wat betreft 'risico in het verkeer' kan onderscheid worden gemaakt tussen het risico op een ongeval, een verkeersdode of een ernstig verkeersgewonde. SWOV werkt het meest met het risico om slachtoffer te worden van een verkeersongeval en dus niet met het risico op een verkeersongeval, onder andere omdat er bij ongevallen allerlei soorten en aantallen slachtoffers tegelijk kunnen vallen, waarmee een ongeval een ingewikkelder eenheid is dan “slachtoffer”. Ook is het aantal slachtoffers vaak relevanter dan het aantal ongevallen, omdat het vooral slachtoffers zijn die we willen voorkomen.

Welke gegevens zijn nodig om het risico te bepalen?

Om het risico te kunnen bepalen maken we bij voorkeur gebruik van mobiliteitsgegevens. Indien geen mobiliteitsgegevens bekend zijn, kunnen ook andere gegevens (parkomvang, bevolkingsomvang, afgelegde afstand in motorvoertuigen) worden gehanteerd als vervanging van de mobiliteit. 

Idealiter wordt het risico gebaseerd op de werkelijke aantallen verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden. Voor sommige analyses zijn onvoldoende kenmerken van de slachtoffers voorhanden als werkelijke aantallen worden gebruikt. In dat geval kan een analyse worden gedaan op geregistreerde aantallen, indien daarvoor de kenmerken wel voorhanden zijn. De resultaten moeten echter behoedzaam worden geïnterpreteerd; men dient er rekening mee te houden dat de resultaten niet representatief zijn voor de werkelijkheid.

Meer lezen?

Lees meer in de gearchiveerde SWOV-factsheet Risico in het verkeer.

Lees meer over personenmobiliteit.

In het rapport Gegevensbronnen: Een uitgebreid overzicht vindt u meer over de registratiegraad.

    Wat weten we van de mobiliteit van personen?

    Het jaarlijks aantal verkeersongevallen in een land wordt bepaald door de afstand die mensen in dat jaar en in dat land afleggen (de mobiliteit) en het risico dat men daarbij loopt op een ongeval. Dit risico hangt af van allerlei eigenschappen van de afgelegde afstand: het risico verschilt per type verkeersdeelnemer, wegtype, tijdstip et cetera.

    Hoe wordt de personenmobiliteit gemeten?

    De personenmobiliteit in Nederland wordt gemeten door middel van een continue enquête over het verplaatsingsgedrag onder een steekproef van de bevolking. Dit onderzoek kent enkele beperkingen, waaronder trendbreuken door verandering in de meetmethodes, wisselende steekproefomvang en het feit dat niet alle mobiliteit binnen Nederland wordt waargenomen. Beroepsvervoer en buitenlanders die in Nederland rijden ontbreken.

    Ook het rijbewijsbezit kan gebruikt worden als indicatie voor de personenmobiliteit. Rijbewijsbezit is vanaf 1985 beschikbaar vanuit het Onderzoek Verplaatsingsgedrag (OVG/MON/OViN).

    NB:

    • De laatste trendbreuk in deze statistiek was in 2018 door de overgang naar een nieuwe methode van meten (ODiN).

    Meer lezen?

    Meer over personenmobiliteit vindt u in het rapport Gegevensbronnen; Uitgebreid overzicht.

    Hoe ik kan zelf gegevens opvragen?

    SWOV maakt voor haar onderzoek gebruik van verschillende gegevensbronnen. Sommige van deze bronnen zijn openbaar, andere zijn dat niet. De SWOV-website presenteert een aanzienlijk deel van de gegevens in grafieken, tabellen en factsheets en met behulp van het 'Qlik Analytic Platform'. Hiermee kunt u zelf met de beschikbare gegevens aan de slag en uw eigen selecties maken en exporteren. 

    Meer informatie »

    Deze factsheet gebruiken?

    SWOV-publicatie

    Dit is een publicatie van SWOV, of waar SWOV een bijdrage aan heeft geleverd.