Welke niveaus van zelfrijdende voertuigen worden onderscheiden?

Antwoord

De meest gebruikte classificatie om onderscheid te maken tussen verschillende niveaus van zelfrijdende voertuigen is de zogenaamde SAE Levels of Driving Automation [4]. Deze classificatie telt zes niveaus die gebaseerd zijn op de mate waarin de technologie de bestuurder ondersteunt in de rijtaak. De niveaus lopen van 0, waarin de bestuurder de rijtaak volledig uitvoert, tot 5, waarin het voertuig de rijtaak volledig uitvoert. Hieronder staan de zes niveaus op een rij:

  • Niveau 0: De bestuurder rijdt volledig zelf. Wel kan het voertuig uitgerust zijn met systemen die waarschuwingen geven en/of zeer kortdurend ingrijpen. Denk hierbij aan een waarschuwing wanneer het voertuig uit de rijstrook raakt (Lane Departure Warning) of een noodremsysteem (Autonomous Emergency Brake). Momenteel zijn de meeste voertuigen op de weg van dit niveau (zie de SWOV-factsheet Intelligente transport- en rijhulpsystemen (ITS en ADAS)).
  • Niveau 1: Het voertuig kan zelf sturen of zelf remmen/versnellen. Het gaat hier om ondersteuningstechnologie die helpt om in de rijstrook te blijven rijden (Lane Keeping System) of een veilige afstand tot een voorligger te behouden (Adaptive Cruise Control) (zie de SWOV-factsheet Intelligente transport- en rijhulpsystemen (ITS en ADAS)). De bestuurder moet wel constant in de gaten houden of het voertuig de geautomatiseerde taak goed uitvoert en direct ingrijpen wanneer nodig.
  • Niveau 2: Op het vorige niveau was een van de twee omschreven ondersteuningstechnologieën actief. Op Niveau 2 zijn beide ondersteuningstechnologieën actief. Het voertuig kan op dit niveau dus zelf sturen en remmen/versnellen. Ook hier geldt dat de bestuurder continu toezicht moet houden en moet ingrijpen wanneer nodig. De Tesla Autopilot [5] kan bijvoorbeeld geclassificeerd worden als Niveau 2.
  • Niveau 3: Het voertuig kan onder specifieke omstandigheden zelfstandig rijden. Deze omstandigheden kunnen bijvoorbeeld te maken hebben met het type weg, het weer en de drukte op de weg. Als op een gegeven moment niet meer aan de specifieke omstandigheden wordt voldaan, moet de bestuurder de rijtaak overnemen. Hierbij kun je denken aan een voertuig dat doorgaans zelfstandig op de snelweg kan rijden, maar dit niet meer kan wanneer het hard regent of wanneer de belijning op de weg wegvalt.
  • Niveau 4: Net zoals op het vorige niveau, kan het voertuig enkel onder specifieke omstandigheden zelfstandig rijden. Maar op Niveau 4 is het niet noodzakelijk dat de bestuurder de rijtaak overneemt wanneer niet meer aan de specifieke omstandigheden wordt voldaan. Het voertuig kan zich bijvoorbeeld zelfstandig parkeren voordat het niet meer in staat is om zelfstandig door te rijden.
  • Niveau 5: Op het hoogste niveau is het voertuig volledig zelfrijdend. Dit wil zeggen dat het voertuig onder alle omstandigheden zelfstandig kan rijden.

 

Onderdeel van Factsheet

Image
foto_zelfrijdende voertuigen

Zelfrijdende voertuigen

Naar verwachting duurt het nog minstens enkele decennia voordat volledig zelfrijdende voertuigen commercieel beschikbaar zijn, als het ooit echt Meer