Hoe leren we jonge automobilisten veilig verkeersgedrag?

Inzichten uit verkeersveiligheidsonderzoek en onderwijswetenschappen
Auteur(s)
Doumen, M.J.A.; Orji, M.A.C.; Schagen, I.N.L.G. van
Jaar

De rijopleiding B ligt onder de loep vanwege een brandbrief van de Alliantie Samen Sterk waarin zorgen worden geuit over de rijscholenbranche.[1] Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft onderzocht welke structurele verbeteringen van de rijscholensector de kwaliteit van de rijopleiding kunnen vergroten.[2] Vervolgens is een Nationaal Leerplan opgesteld.[3] Het huidige rapport beoogt kennis te ontsluiten die nodig is om de voorgestelde aanpassingen aan de rijopleiding wetenschappelijk te onderbouwen.

De hoofdvraag die we behandelen is ‘hoe zou je, op basis van wetenschappelijke literatuur de rijopleiding B idealiter vormgegeven?’. De specifiekere onderzoeksvragen komen onder andere voort uit de kennislacunes over de rijopleiding die in het rapport Didactische uitgangspunten voor verkeerseducatie[4] naar voren zijn gekomen: ‘Kunnen de hogere-ordevaardigheden gevaarherkenning, risico-inzicht en -beheersing, kalibratie, motivatie en sociale weerbaarheid op een effectieve manier onderwezen worden in de rijopleiding?’, ‘Heeft de spreiding van rijlessen invloed op de veiligheid van jonge automobilisten?’ en ‘Leidt een gestructureerde opbouw van de moeilijkheidsgraad van de rijopleiding tot veiliger rijdende jonge automobilisten?’.

Om deze vragen te beantwoorden hebben we twee sporen parallel aan elkaar gevolgd: Spoor 1 betrof het nagaan van de wetenschappelijke verkeersveiligheidsliteratuur over de effectiviteit van verschillende (componenten van) rijopleidingen en Spoor 2 betrof een inventarisatie van didactische literatuur die relevant is voor de rijopleiding en interviews met experts op het gebied van de onderwijswetenschappen. Van deze sporen zullen we alleen de belangrijkste bevindingen in deze samenvatting benoemen. Vervolgens beantwoorden we de onderzoeksvragen op basis van de in beide sporen verzamelde informatie en sluiten we af met een aantal overkoepelende conclusies en aanbevelingen.

Voordat we deze twee sporen opgaan, is het echter nodig om de problematiek van de jonge automobilisten in meer algemene zin te beschouwen. Wat bepaalt hun hoge risico en wat willen we – dus – aan hen leren?

Wat willen we leren aan jonge automobilisten?

Uit onderzoek blijkt dat het niet een gebrek aan basisvaardigheden is die zorgt voor het verhoogde risico van jonge automobilisten, maar juist een gebrek aan hogere-ordevaardigheden zoals gevaarherkenning, risico-inzicht en ‑beheersing, kalibratie en sociale weerbaarheid. Deze hogere-ordevaardigheden worden op het moment in beperkte mate behandeld in de rijopleiding.

Welke onderwerpen in de rijopleiding aan bod zouden moeten komen, hebben we in dit onderzoek systematisch geïnventariseerd aan de hand van de zogeheten GDE-matrix (Goals for Driver Education). Met name die onderwerpen die deel uitmaken van het theorie- en praktijkexamen zullen reeds aan bod komen in de rijopleiding. Onderwerpen die op dit moment niet structureel in het rijexamen aan bod komen, en daarom ook niet of in beperkte mate tijdens de rijopleiding, zijn:

  • kennis over de voorbereiding van een autorit en de invloed van persoonlijke eigenschappen op de verkeersveiligheid;
  • het toepassen van deze kennis in concrete situaties;
  • het toepassen van de theoretische kennis over gevaarherkenning in het verkeer;
  • inzicht in en beheersing van risico’s als gevolg van de eigen gemoedstoestand, afleiding, aanwezigheid van leeftijdsgenoten en tijdelijke motorische beperkingen; en
  • zelf-evaluatie, kalibratie en motivatie om veilig aan het verkeer deel te nemen.

Spoor 1: Evaluaties van rijopleidingen

De belangrijkste bevindingen van de verkeersveiligheidsliteratuur over de effectiviteit van (diverse componenten van) de rijopleiding zijn:

  • Het is niet aangetoond dat het volgen van individuele rijlessen van een professionele instructeur invloed heeft op het rijgedrag van de leerling-automobilisten. Hoewel de meeste onderzoeken naar de effecten van de rijopleiding op veilig verkeersgedrag methodologisch zwak zijn, zijn het juist de studies met het sterkste onderzoeksdesign die geen effect vinden. Een verklaring is dat de rijlessen vaak vooral gericht zijn op het bedienen van het voertuig, en dat heeft geen of nauwelijks invloed op de gedragingen die het risico van jonge automobilisten in het verkeer zo hoog maken. Zo heeft het laten afslaan van de automotor bij een hellingproef doorgaans geen ernstig ongeval tot gevolg.
  • Het aannemen van een coachende rol door een rijinstructeur is lonend voor het aanleren van complexere vaardigheden, zoals het goed kunnen inschatten van je eigen (on)mogelijkheden als automobilist en het daarop afstemmen van gedragskeuzes (kalibratie). Een coachende instructeur roept een actieve houding van de leerling op, wat bijdraagt aan de motivatie om echt te leren.
  • Diverse onlinecursussen of rijsimulatortrainingen zijn effectief voor het aanleren van gevaarherkenning. Wel is nog meer aandacht nodig voor het toepassen van de opgedane kennis in het echte verkeer en voor het gebruiken van informatie in de periferie van het visuele veld om de ontwikkeling van verkeerssituaties mee te voorspellen.
  • Het bespreken van specifieke onderwerpen op het gebied van risico en risicobeheersing kan een positieve invloed hebben op de kennis en houding ten opzichte van risico’s in het verkeer. Dit is echter niet vanzelfsprekend: negatieve effecten zijn ook gerapporteerd, bijvoorbeeld omdat het leidt tot overschatting van eigen kunnen. Workshops gericht op het verbeteren van de intentie tot veilig gedrag en zelf-evaluatie of kalibratie kunnen een positief effect hebben op de motivatie van leerlingen om veilig te gaan rijden, maar het bewijs voor positieve effecten is mager. De wijze waarop risico’s, kalibratie en motivatie in het curriculum van de rijopleiding worden behandeld dient dus vooraf goed getest te worden.
  • Als sociale weerbaarheid, het bestand zijn tegen sociale druk van bijvoorbeeld vrienden, in een breder kader wordt behandeld, waarbij bijvoorbeeld ook alcoholgebruik ter sprake komt, dan heeft dit ook een positief effect op de verkeersveiligheid van jonge automobilisten. Van cursussen specifiek gericht op sociale weerbaarheid in het verkeer zijn echter geen positieve effecten op het verkeersgedrag aangetoond.

Spoor 2: Kennis vanuit de onderwijswetenschappen

De belangrijkste bevindingen voor de rijopleiding vanuit de didactische literatuur en interviews met experts:

  • De timing en manier van feedback geven is belangrijk voor een effectief leerproces. Je wilt dat een leerling zelf ervaart dat hij een fout heeft gemaakt, dit niet erg vindt en dat hij vervolgens leert hoe hij het beter uit had kunnen voeren. De feedback wordt bij voorkeur gegeven vlak nadat de fout wordt gemaakt, is niet oordelend maar constructief (zodat de leerling inziet dat fouten maken belangrijk is om iets te leren) en is niet alleen verbaal (maar bij voorkeur visueel: laten zien hoe het beter kan).
  • Het Four Component Instructional Design model is een model dat voor educatie binnen de gezondheidszorg toegepast wordt en zeer geschikt is voor het onderwijzen van complexe vaardigheden. Voor de rijopleiding kunnen we hier diverse componenten uit halen: het leren door middel van taken met oplopende moeilijkheidsgraad (waarbij de rijtaak als geheel wordt geoefend), aangevuld door deeltaakoefeningen (waarbij een klein aspect van de rijtaak veelvuldig wordt geoefend), het op het juiste moment informatie verschaffen, portfolio-leren (het bijhouden welke componenten een leerling heeft afgerond) en per taakniveau een afbouwende sturing van de instructeur. Op deze manier worden alle verschillende niveaus van vaardigheden behandeld en in de rijlessen met elkaar geïntegreerd.
  • Het combineren van individuele rijlessen met digitale middelen geeft de mogelijkheid om leerlingen de rijles online te laten voorbereiden zodat tijdens de rijles meer aandacht besteed kan worden aan het toepassen van de basisvaardigheden in het verkeer en de hogere-ordevaardigheden.
  • Een rijsimulator kan gebruikt worden om deeltaken veelvuldig te oefenen en kan ingezet worden voor het leren toepassen van verkeersregels, het leren rijden onder diverse weersomstandigheden en gevaarherkenning.
  • Risico-inzicht en -beheersing kunnen mogelijk effectief aangeleerd worden door het laten ervaren van de negatieve gevolgen van de risico’s om vervolgens een risicotaxatie en een beheersingsplan te maken.
  • Zelfregulerend leren – zelf bepalen wat er geleerd wordt en in welk tempo – verhoogt de motivatie om te leren en de effectiviteit van het leren zelf. Daarnaast zorgt deze manier van leren voor oefening in het nadenken over de eigen vaardigheden (zelfinzicht) en aanpassing van de (leer)taak aan deze vaardigheden (kalibratie). Deze hogere-ordevaardigheden zijn zelf ook een doel van de rijopleiding. De instructeur kan hieraan bijdragen door het doel van de leerling in kleinere subdoelen op te delen, zodat de leerlingen meer succeservaringen opdoen tijdens de rijlessen.
  • Sociale weerbaarheid zou binnen de rijopleiding aan bod kunnen komen door casus- of probleemgestuurd onderwijs en/of game-based leeromgevingen. De nadruk moet daarbij liggen op het vertrouwen op de eigen beslissingen.

Beantwoording onderzoeksvragen

Kunnen de hogere-ordevaardigheden gevaarherkenning, risico-inzicht en ‑beheersing, kalibratie, motivatie en sociale weerbaarheid op een effectieve manier onderwezen worden in de rijopleiding?

Er is geen eenduidig antwoord op deze vraag voor alle hogere-ordevaardigheden samen. Voor gevaarherkenning is het antwoord ‘ja’, voor de overige hogere-ordevaardigheden is dit antwoord minder duidelijk. Het aanleren van risico-inzicht en risicobeheersing, een goede kalibratie (het afstemmen van de rijtaak op de eigen vaardigheden) en de juiste motivatie kunnen in principe aangeleerd worden in de rijopleiding, al is dit niet eenvoudig. Dit zal wel moeten gebeuren in een traject naast de individuele rijlessen waar ervaringselementen en groepsdiscussies een onderdeel van zijn. De effectiviteit van een beoogde opzet zal goed geëvalueerd moeten worden, want invloed in de gewenste richting is mogelijk maar niet vanzelfsprekend. Aangezien een goede motivatie en kalibratie ook bijdragen aan een effectief leerproces zullen, door deze hogere-ordevaardigheden te gebruiken tijdens de rijopleiding, leerlingen ook oefenen met deze vaardigheden. Motivatie om een veilige automobilist te worden en kalibratie vinden daarom bij voorkeur plaats bij de start van de rijopleiding. Sociale weerbaarheid is een thema dat idealiter in een andere context dan de rijopleiding, bijvoorbeeld via de school, aan jongeren wordt aangeboden. Tijdens de rijopleiding kan de rijinstructeur (of een trainer van een paralleltraject binnen de rijopleiding) vervolgens inhaken op dit thema door voorbeelden te bespreken van groepsdruk, de mogelijke effecten, en hoe daarmee om te gaan tijdens het autorijden. Op deze manier worden de ervaringen van de algemene weerbaarheidstraining weer geactiveerd en toegepast op gedrag in het verkeer.

Heeft de spreiding van rijlessen invloed op de veiligheid van jonge automobilisten?

Voor de verkeersveiligheid is het beter als de rijlessen over een langere periode in de tijd (enkele maanden) worden gespreid dan wanneer deze in een korter tijdsbestek (bijvoorbeeld enkele weken) worden gecomprimeerd. Binnen de verkeersveiligheidsliteratuur is er onvoldoende bewijs om deze uitspraak te onderbouwen. Maar uit de didactische literatuur blijkt dat gespreid leren van complexe vaardigheden zorgt voor een betere consolidatie en retentie van de te leren vaardigheden. Dat leidt tot de conclusie dat gespreid leren ook beter is voor een complexe vaardigheid als autorijden.

Leidt een gestructureerde opbouw van de moeilijkheidsgraad van de rijopleiding tot veiliger rijdende jonge automobilisten?

Bij een gestructureerde opbouw van de lesstof wordt de lesstof langzaam moelijker, passend bij het niveau van de leerling. De kans op fouten is daarbij kleiner dan wanneer een leerling direct al met complexe lesstof wordt geconfronteerd. Maar van fouten kun je ook leren. Uiteraard is het uit veiligheidsoogpunt niet wenselijk om een leerling-automobilist gelijk in de meest complexe situaties te plaatsen en daar fouten te laten maken. Vanuit het didactisch oogpunt, en toegespitst op de rijopleiding, ligt het voor de hand om de moeilijkheidsgraad wel geleidelijk op te bouwen, maar om binnen deze opbouw expliciet ruimte te creëren voor het maken van fouten. Bij elke volgende stap in moeilijkheidsgraad zal de leerling eerst weer meer ondersteuning nodig hebben. Gaandeweg die stap zal die noodzaak voor ondersteuning afnemen en zal de instructeur een meer coachende rol krijgen en daarbij reflecteren op eventuele fouten.

Conclusies

Om een (meetbaar) effect op de verkeersveiligheid mogelijk te maken, zal binnen het curriculum van de rijopleiding in elk geval voldoende aandacht besteed moeten worden aan hogere-ordevaardigheden. Hogere-ordevaardigheden zijn immers zeer belangrijk voor een veilige verkeersdeelname van jonge automobilisten. Verder lijkt een gestructureerde opbouw van de lesstof over een langere periode – waarin plaats is voor het maken van fouten – een goede aanpak voor de rijopleiding. Dit komt in grote lijnen overeen met hoe het Nationale Leerplan is opgesteld.[3] Punten van aandacht zijn daarbij:

  • Het trainen van de hogere-ordevaardigheden kalibratie en motivatie start bij voorkeur voordat jongeren beginnen met de rijopleiding of bij de start van de rijopleiding. Vervolgens zouden deze vaardigheden ook tijdens de gehele rijopleiding aan bod moeten komen, gericht op het gedrag in het verkeer. Het doel van de rijopleiding moet zijn om een veilige automobilist te worden en niet om zo snel mogelijk te slagen voor het rijexamen. Dit zouden alle rijinstructeurs ook vanaf het begin zo bij de leerling moeten presenteren, zodat deze ook zelf gemotiveerd raakt om een veilige automobilist te worden. Een positieve motivatie en goede kalibratie zorgen ook voor een effectiever leerproces.
  • Voor het motiveren van leerling-automobilisten om een veilige automobilist te worden, lijkt het verder essentieel om hen te laten ervaren dat autorijden complex is en ook gevaarlijk kan zijn. Het ervaren van complexe verkeerssituaties moet daarom niet uitgesteld worden tot het einde van de rijopleiding, maar op een veilige wijze, al bij de start geïntroduceerd worden.
  • Gevaarherkenning is een vaardigheid die veel geoefend moet worden en ook over complexe verkeerssituaties gaat. Het concreet oefenen met het toepassen van gevaarherkennings­technieken in een nagebootste verkeersomgeving en daarna in elk geval ook in het echte verkeer, dient dus ook gedurende de gehele rijopleiding te gebeuren.
  • Het zelf ervaren van risico’s, gevaarlijke situaties of gevolgen van fouten gaat boven het leren door theoretische instructie over deze onderwerpen. Een coachende rol van de instructeur bij het opdoen van deze ervaringen is daarbij cruciaal. De instructeur dient hiertoe opgeleid te zijn, bijvoorbeeld in een andere timing van ingrijpen of feedback geven als iets mis dreigt te gaan. De leerling moet immers wel ervaren dat het mis had kunnen gaan, maar dan zonder dat het echt gevaarlijk wordt voor hemzelf, de instructeur en het overige verkeer op de weg.
  • Het trainen van sociale weerbaarheid is een onderwerp dat waarschijnlijk beter tot zijn recht komt op middelbare scholen of vervolgopleidingen voor jongeren. Het leren vertrouwen op de eigen inschattingen en daardoor weerstand kunnen bieden tegen sociale druk is een vaardigheid die past binnen een breder kader dan de rijopleiding. Als hier op school aandacht aan wordt besteed, blijkt het ook invloed te hebben op het gedrag als jonge automobilist. De rijinstructeur kan sociale weerbaarheid vervolgens koppelen aan concrete situaties in het verkeer.
  • Het effect van het aanbieden van trainingen in hogere-ordevaardigheden binnen de rijopleiding op de verkeersveiligheid van jonge automobilisten is onbekend. Vanuit de didactische literatuur verwachten we dat dit een positieve invloed zal hebben, mits goed toegepast. Om dit te kunnen vastleggen moet een onderzoek worden uitgevoerd met een wetenschappelijk verantwoord onderzoeksdesign.
  • Bovenstaande suggesties voor aanpassingen aan de rijopleiding hebben een groot effect op de rol van de rijinstructeur. Meer dan nu het geval is, zal deze tijdens de rijlessen heel expliciet gebruik moeten maken van verschillende didactische principes.

Aanbevelingen

Bovenstaande conclusies leiden tot enkele verbeterpunten voor de rijopleiding en aanbevelingen die betrekking hebben op de implementatie van de voorgestelde verbeterpunten.

Verbeterpunten voor een rijopleiding zijn dus:

  • Benadruk bij de start van een rijopleiding het doel van de rijopleiding – veilig leren autorijden – en zorg dat de leerlingen gemotiveerd zijn om dit doel te bereiken.
  • Begin bij de start van een rijopleiding al met zelfevaluatie en kalibratie van rijgedrag.
  • Laat leerlingen het toepassen van de theoretische kennis van gevaarherkenning veelvuldig oefenen gedurende de gehele rijopleiding in online omgevingen en rijsimulatoren buiten de rijlessen, en in het echte verkeer tijdens de rijlessen.
  • Richt een rijopleiding zo in dat jongeren fouten kunnen maken en dat ze daarvan en van de daarmee opgedane ervaringen leren.
  • Inventariseer de mogelijkheden om jongeren sociale weerbaarheid buiten de rijopleiding aan te leren en zorg dat deze vaardigheid binnen de rijopleiding wordt toegepast.

Voor de implementatie van deze verbeterpunten is het van belang dat

  • de nieuwe rol van de rijinstructeur aan bod komt bij de opleiding tot rijinstructeur, en
  • dat per nieuw te implementeren onderdeel van een nieuw curriculum grondig wetenschappelijk onderzocht wordt of dit onderdeel bijdraagt aan de verkeersveiligheid van jonge automobilisten.

Bij de implementatie van bovenstaande verbeterpunten zijn diverse partijen betrokken.

  • Allereerst zullen de rijinstructeurs in de toekomst zelf moeten inzien wat het doel van de rijlessen is en moeten begrijpen dat het maken van fouten, het gebruik maken van zelfevaluatie en kalibratie, en de houding van de leerling een cruciale rol spelen in de individuele rijlessen. De rijinstructeur zal deze nieuwe inzichten in lesgeven moeten toepassen in de rijlessen. Ook zal de instructeur moeten inzien dat hij of zij zich deze nieuwe rol en vaardigheden dient eigen te maken om deze toe te kunnen passen.
  • Het instituut voor theorie- en praktijkexamens in de mobiliteitsbranche IBKI dient de opleiding van rijinstructeurs aan te passen aan de nieuwe eisen voor de rijinstructeurs van de toekomst. Daarbij dient benadrukt te worden dat het doel van de rijopleiding is om veilige automobilisten op te leiden en niet alleen om hen het rijbewijs te laten halen.
  • Voor rijscholen ligt er de taak om hun rijinstructeurs te stimuleren in de ontwikkeling van kennis en vaardigheden voor hun nieuwe rol. Zij zullen eventuele behoeften aan nieuw lesmateriaal uit moeten zetten bij de uitgevers van deze lesmaterialen.
  • De Koepel Rijopleiding en Verkeerseducatie (KRV) zal rijscholen en -instructeurs dienen te ondersteunen in het implementeren van een nieuwe manier van lesgeven. Wellicht kunnen ze ook een rol spelen bij het uitzetten van de vraag naar nieuw lesmateriaal bij de uitgevers. Een aantal verbeterpunten is voor kleine rijscholen en zelfstandigen lastig te realiseren; denk daarbij aan het aanbieden van online of groepsgewijze trainingen van hogere-ordevaardigheden. De KRV zou kunnen stimuleren dat deze trainingen door derden aangeboden worden, zodat rijscholen hier desgewenst gebruik van kunnen maken.
  • Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat speelt een rol op diverse vlakken:
    • Het ministerie heeft de taak om beleid op te stellen dat rijscholen en rijinstructeurs stimuleert om de rijlessen te optimaliseren aan de hand van de aanbevelingen.
    • Ook dient het ministerie erop toe te zien dat het nieuwe leerplan of curriculum of de verschillende onderdelen daarvan goed onderzocht worden op effectiviteit voor het verbeteren van de verkeersveiligheid voordat het landelijk wordt ingevoerd. Afstemming met het CBR is daarbij belangrijk.
    • Het ministerie dient bij andere ministeries aan te kaarten dat een training op het gebied van sociale weerbaarheid voor jongeren belangrijk is en te bespreken hoe dit gerealiseerd kan worden. We denken daarbij aan het ministerie van Justitie en Veiligheid, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
    • Ook kan het ministerie een rol spelen bij het aanbod van trainingen op het gebied van hogere-ordevaardigheden door derden, waar rijscholen gebruik van kunnen maken als ze deze trainingen zelf niet kunnen of willen aanbieden.

[1].   Alliantie Samen Sterk (2020). Eindrapport Alliantie Samen Sterk. Alliantie Samen Sterk.

[2].   Roemer, E. (2021). Van rijles naar rijonderwijs; Advies verbetering autorijscholenbranche. Commissie-Roemer, Den Haag.

[3].   Roelofs, E., Vissers, J. & Tsapi, A. (2023). Nationaal leerplan rijopleiding B: Educatief ontwerp en toetstraject. Royal HaskoningDHV, Amersfoort.

[4].   Doumen, M.J.A.  & Schagen, I.N.L.G. van (2022). Didactische uitgangspunten voor verkeerseducatie; Inventarisatie van relevante leertheorieën en didactische principes. R-2022-17. SWOV, Den Haag.

How to teach young drivers safe road user behaviour? Insights from road safety research and educational science

Driver training B is under scrutiny because of an urgent letter from the Alliantie Samen Sterk (a group of sector associations and stakeholders) expressing concerns about the driving school sector.[1] The Ministry of Infrastructure and Water Management has investigated what structural improvements of the driving school sector could enhance the quality of driver training.[2] Subsequently, a National Curriculum was drafted.[3] The current report aims to provide access to knowledge needed to scientifically substantiate the proposed changes to driver training.

The main question we address is 'what would an ideal design of driver training B look like if based on research?' The more specific research questions stem, in part, from the knowledge gaps on driver training identified in the report Didactische uitgangspunten voor verkeerseducatie (Didactics of traffic education)[4]: 'Can the higher-order skills of hazard perception, risk perception and management, calibration, motivation and social resilience be taught effectively in driver training?', 'Does the spacing of driving lessons affect the safety of young drivers?' and 'Does a gradual increase of the difficulty of driver training lead to safer behaviour of young drivers?'

To answer these questions, we followed two parallel tracks: Track 1 involved a review of the road safety literature on the effectiveness of different (components of) driver training and Track 2 involved an inventory of didactic literature relevant to driver training and interviews with experts in the field of educational science. Only the main findings of the two tracks will be discussed in this summary. We then answer the research questions based on the information gathered in both tracks and finally present some overall conclusions and recommendations.

However, before embarking on the two tracks, we need to consider the issue of young drivers in a more general sense. What determines their high risk and what - therefore - do we want to teach them?

What do we want to teach young drivers?

Research shows that it is not a lack of basic skills that increases the risk of young drivers, but rather a lack of higher-order skills such as hazard perception, risk perception and management, calibration and social resilience. In driver training, these higher-order skills are currently only covered to a limited extent.

In this study, we systematically inventoried which topics driver training should cover using the so-called GDE matrix (Goals for Driver Education). Those topics that are part of the theory test and practical driving test will already be covered in driver training. Topics that are currently not structurally covered in the driving test, and therefore not or to a limited extent during driver training, are:

  • knowledge of how to prepare for a road trip and how personal characteristics may affect road safety;
  • applying this knowledge in concrete situations;
  • applying theoretical knowledge about hazard perception in traffic;
  • understanding and management of risks which are due to the driver’s own state of mind, distraction, presence of peers and temporary impairment of motor skills; and
  • self-assessment, calibration and motivation for safe road user behaviour.

Track 1: Driver training evaluations

The main findings of the road safety literature on the effectiveness of (various components of) driver training are:

  • Taking individual driving lessons from a professional instructor has not been shown to affect the driving behaviour of learner drivers. Although most studies on the effects of driving instruction on safe road user behaviour are methodologically weak, it is precisely the studies with the strongest research designs that find no effect. One explanation is that driving lessons often focus primarily on operating the vehicle, and that has little or no effect on behaviour that makes young drivers' risk in traffic so high. For example, letting the car engine stall during a slope test does not usually result in a serious crash.
  • A driving instructor adopting a coaching role will benefit the acquisition of complex skills, such as being able to properly assess one's own (in)abilities as a driver and adjusting behavioural choices accordingly (calibration). A coaching instructor evokes an active attitude from the learner, which contributes to motivation to really learn.
  • Various online courses or driving simulator sessions are effective in teaching hazard perception. However, even more attention is needed for applying the acquired knowledge in real traffic and for using information in the periphery of the visual field to predict the development of traffic situations.
  • Discussing specific topics of risk and risk management can have a positive effect on knowledge and attitudes toward risk in traffic. However, this is not self-evident: negative effects have also been reported, for example because addressing risks may lead to overestimation of one's own abilities. Workshops aimed at improving intentions to behave safely and self-assessment or calibration may have a positive effect on students' motivation to drive safely, but evidence for positive effects is weak. Thus, the way in which risk, calibration and motivation are addressed in the driver training curriculum should be well tested beforehand.
  • Social resilience implies being able to withstand social pressure from friends for example. If social resilience is dealt with in a broader context, for example in discussing alcohol use, this has a positive effect on the road safety of young drivers. However, courses specifically aimed at social resilience in traffic have not been shown to have positive effects on road user behaviour.

Track 2: Knowledge from educational science

Key findings for driver training from didactic literature and interviews with experts:

  • The way in which feedback is given and timed is important for effective learning. Learners themselves should experience that they made a mistake, not mind it, and then learn how they could have done it better. Feedback is preferably given just after the mistake is made, is not judgmental but constructive (so that leaners understand that making mistakes is important to learn something) and is not only verbal (but preferably visual: showing how to do it better).
  • The Four Component Instructional Design model is a model used for education within health care and is well suited for teaching complex skills. For driver training, we can use several of the components: learning through tasks of increasing difficulty (so called learning tasks, where the driving task as a whole is practised), supplemented by part-task practice (where a small aspect of the driving task is practised frequently), providing information just in time, portfolio learning (keeping track of which components a learner has completed), and for each task level a decreasing level of direction from the instructor. In this way, all the different skill levels are covered and integrated in the driving lessons.
  • Combining individual driving lessons with digital resources allows learners to prepare the driving lesson online so that more attention can be paid to applying basic road user skills and higher-order skills during the driving lesson.
  • A driving simulator can be used to practise subtasks frequently and to learn how to apply traffic rules, to drive in various weather conditions and for hazard perception.
  • Risk perception and risk management can potentially be effectively taught by having people experience the negative consequences of risks, subsequently do a risk assessment and create a risk management plan.
  • Self-directed learning – deciding for oneself what to learn and at what pace - increases motivation to learn and the effectiveness of the learning itself. In addition, this way of learning provides practice in reflecting on one's own skills (self-insight) and adapting the (learning) task to these skills (calibration). These higher-order skills are themselves a goal of driver training. The instructor can contribute by dividing the learner goals into smaller sub-goals so that learners more often experience success during driving lessons.
  • Social resilience could be addressed within driver training through case- or problem-based teaching and/or game-based learning environments. The emphasis should be on trusting one's own decisions.

Answers to research questions

Can the higher-order skills of hazard perception, risk perception and management, calibration, motivation and social resilience be taught effectively in driver training?

There is no single answer to this question for all higher-order skills combined. For hazard perception the answer is 'yes', for the other higher-order skills the answer is less clear. Teaching risk perception and risk management, proper calibration (matching the driving task to one's own skills) and proper motivation can in principle be taught during driver training, although it is not easy. Alongside individual driving lessons, this will have to be done following a trajectory that includes experiential elements and group discussions. The effectiveness of an intended set-up will have to be properly evaluated, as amendments in the desired direction are possible but not obvious. Since good motivation and calibration also contribute to effective learning, using these higher-order skills during driver training will also let learners practise these skills. Working on calibration and motivation to become a safe driver therefore preferably starts at the beginning of driver training. Social resilience is a topic that should ideally be offered to young people in a context other than driver training, for example at school. During driver training, the driving instructor (or a trainer from a parallel driver training trajectory) can then pick up on this theme by discussing examples of peer pressure, possible effects, and how to deal with them while driving. In this way, the experiences of the general resilience training are activated again and applied to road user behaviour.

Does the spacing of driving lessons affect the safety of young drivers?

It is better for road safety if driving lessons are spread over a longer period in time (several months) than if they are compressed into a shorter time frame (e.g. several weeks). Within road safety literature, there is insufficient evidence to support this statement. But didactic literature shows that spaced learning of complex skills ensures better consolidation and retention of the skills to be learned. This leads to the conclusion that spaced learning is also better for a complex skill like driving.

Does a gradual increase of the difficulty of driver training lead to safer behaviour of young drivers?

When gradually increasing in difficulty, the lesson material  will be better tailored to the learner's level. The chances of making mistakes are smaller than when learners are confronted with complex material right from the start. But mistakes are also a learning opportunity. Of course, from a safety point of view, it is not desirable to immediately put learner drivers in the most complex situations and let them make mistakes. From a didactic point of view, and focusing on driver training, gradually increasing the degree of difficulty is obviously a good idea, but within this increasing complexity room for making mistakes should explicitly be created. At each subsequent step in difficulty, learners will initially need more support again. Gradually, that need for support will decrease and the instructor will take on a more coaching role, reflecting on any mistakes.

Conclusions

To allow for a (measurable) effect on road safety, sufficient attention should at least be paid to higher-order skills within the driver training curriculum. After all, higher-order skills are very important for safe road user behaviour of young drivers. Furthermore, a gradual increase in complexity of lesson material over a longer period of time - in which there is room for making mistakes - seems to be a good approach for driver training. This is broadly in line with how the National Curriculum was drafted.[3] Focus areas are:

  • Training young people in the higher-order skills of calibration and motivation should preferably begin before or at the start of driver training. Subsequently, these skills should also be covered throughout driver training, focusing on road user behaviour. The goal of driver training should be to become a safe driver and not to pass the driving test as quickly as possible. This is also what all driving instructors should communicate from the beginning, so that the learners themselves become motivated to become safe drivers. Positive motivation and good calibration also make for a more effective learning process.
  • To motivate learner drivers to become safe drivers, it also seems essential to let them experience that driving is complex and can also be dangerous. Experiencing complex traffic situations should therefore not be delayed until the end of driver training, but introduced in a safe way, right at the start.
  • Hazard perception is a skill that requires a lot of practice and also involves complex traffic situations. Throughout driver training, applying hazard perception techniques should be practised in a simulated traffic environment, and subsequently in real traffic.
  • Experiencing risks, dangerous situations or consequences of mistakes takes precedence over learning through theoretical instruction. In gaining this experience, a coaching role of the instructor is crucial. The instructor should be trained to do this, for instance in different timing of interventions or giving feedback when something threatens to go wrong. After all, learners should experience that things could have gone wrong, but without real danger to themselves, the instructor and other road users.
  • Training social resilience is a topic that is probably better suited to secondary schools or further education for young people. Learning to trust one's own judgements and therefore being able to resist social pressure is a skill that fits within a broader framework than driver training. If this is addressed at school, it is also found to influence behaviour as a young driver. The driving instructor can then link social resilience to concrete traffic situations.
  • Within driver training, higher-order skills can be trained, but its effect on the road safety of young drivers is unknown. Considering didactic literature, we expect the effect to be positive, if applied properly. To establish this, a study should be conducted with a scientifically sound research design.
  • The above suggestions for adjustments to driver training will have a major effect on the role of the driving instructor. More than is currently the case, the instructor will have to use different didactic principles very explicitly.

Recommendations

The above conclusions suggest some improvement areas for driver training and recommendations related to their implementation.

Areas of improvement for driver training are thus:

  • At the start of driver training, emphasise the goal - learning to drive safely - and ensure that learners are motivated to achieve this goal.
  • Start self-assessment and calibration of driving behaviour right at the start of driver training.
  • Throughout driver training, let learners frequently practise applying theoretical knowledge of hazard perception in online environments and driving simulators outside driving lessons, and in real traffic during driving lessons.
  • Design driver training in such a way that young people can make mistakes and learn from them and from the experience gained.
  • Identify opportunities to teach social resilience to young people outside driving lessons and ensure that this skill is applied within driving lessons.

To implement these improvement areas, it is important that

  • the new role of the driving instructor is addressed in the training of driving instructors, and
  • that before each new component of a new curriculum is implemented, thorough research is conducted to determine whether the component contributes to the road safety of young drivers.

The implementation of the above improvement areas involves several parties.

  • In the future, driving instructors themselves will first of all have to realise what purpose driving lessons should serve and understand that for learners making mistakes, self-assessment and calibration, and attitude should play a crucial role in individual driving lessons. The driving instructors will have to apply these new insights to their driving lessons. The instructors will also have to recognise that they need to master these new roles and skills in order to apply them.
  • To train the driving instructors of the future, the institute for theory tests and practical driving tests in the mobility sector IBKI should adapt their driving instruction training to the new requirements. In doing so, it should be emphasised that the purpose of driving education is to train learners to drive safely and not just to have them get their driving licence.
  • The task for driving schools is to encourage their driving instructors to develop knowledge and skills for their new role. They will have to communicate any needs for new teaching materials to the publishers.
  • The Koepel Rijopleiding en Verkeerseducatie (KRV) (umbrella organisation driver and traffic education) will need to support driving schools and instructors in implementing a new way of teaching. They might also play a role in putting out the demand for new teaching materials to publishers. For small driving schools and self-employed people, a number of improvement areas are hard to implement; offering online or group training of higher-order skills for example. The KRV could encourage third parties to offer these training courses so that driving schools can make use of them if required.
  • The Ministry of Infrastructure and Water Management plays a role in several areas:
    • The ministry is tasked with drafting policies that encourage driving schools and driving instructors to optimise driving lessons based on the recommendations.
    • The ministry should also ensure that the new teaching program/curriculum or its various components are properly examined for effectiveness in improving road safety before a nationwide introduction. In this regard, coordination with CBR is important.
    • The ministry should raise the importance of social resilience training for young people with other ministries and discuss how to realise this; for example, with the Ministry of Justice and Security, the Ministry of Education, Culture and Science and the Ministry of Health, Welfare and Sport.
    • The ministry may also play a role in the provision of higher-order skills training courses by third parties, which driving schools can use if they cannot or do not want to offer these courses themselves.

[1].   Alliantie Samen Sterk (2020). Eindrapport Alliantie Samen Sterk. Alliantie Samen Sterk.

[2].   Roemer, E. (2021). Van rijles naar rijonderwijs; Advies verbetering autorijscholenbranche. Roemer Commission, The Hague.

[3].   Roelofs, E., Vissers, J. & Tsapi, A. (2023). Nationaal leerplan rijopleiding B: Educatief ontwerp en toetstraject. Royal HaskoningDHV, Amersfoort.

[4].   Doumen, M.J.A.  & Schagen, I.N.L.G. van (2022). . Didactische uitgangspunten voor verkeerseducatie [Didactics of traffic education]. R-2022-17. SWOV, Den Haag. [Summary in English]

Rapportnummer
R-2023-20
Pagina's
84
Gepubliceerd door
SWOV, Den Haag

SWOV-publicatie

Dit is een publicatie van SWOV, of waar SWOV een bijdrage aan heeft geleverd.